modernistische stadswoning

Na het betreden van de woning via inkomhall en vestiaire, bereikt men aan rechterzijde de eetkamer en vergaderruimte (dubbele functie), een perfect cirkelvormige ruimte aan 2 zijden geopend, enerzijds vanuit doorgang en driehoekige patio (binnentuin), aan overzijde uitgevend naar links de office-keuken en patio in rechterhoek, die doorloopt tot 1e etage, en via die weg een zee van daglicht binnenlaat. De gebogen wanden zijn afgewerkt in een gepolijste spateltechniek (Stucco Veneziano), op een ondergrond van ruwe zand- en cementcompositie. De vierkante travertin tafel van Cassina is een stijlicoon uit de jaren ’70, evenals de Artemide luchter in zilvernikkel met Murano-glas.

Zowel vanuit de office-keuken als vanaf de doorgang verder naar achterzijde woning, bereikt men de trapeziumvormige kantoorruimte. Door de situatie centraal in het gelijkvloers, was het noodzakelijk voldoende daglicht toe te laten via 4 kleine piramidevormige dakkoepels geïntegreerd tussen de beplanting van de daktuin op 1e etage. De verlichtingsarmaturen zijn van de hand van Ingo Maurer, met verstelbare elementen op een spankabelsysteem.

Achter de kantoorruimte bevindt zich de open keuken annex leefruimte, met uitzicht op de stadstuin met verderopgelegen zonneterras, door de volledig glazen achtergevel. Om de slingerbeweging in het grondplan van het gelijkvloers te voltrekken, werd een buitenmaatse gebogen raam geplaatst, aansluitend aan een overdekte tuindeur. Het zitmeubelensemble is een eigen ontwerp, leunend tegen een lage voorzetwand met ingebouwde nis. De zithoek fungeert zowel als leeshoek dan als TV-hoek, waarbij het TV-toestel is geplaatst onderin aan achterzijde van het kookeiland.

De open keuken met eethoek is volledig op maat vervaardigd, en ontworpen in kleuren en materialen typerend voor de jaren ’50: ronde tafel in granito, kasten in blank vernist berkenhout met deels fronten geaccentueerd in frisblauw stratifiée, daaraan gekoppeld hedendaags geborsteld inox, onder meer voor het werkblad van het kookeiland. Om het ruimtelijk effect niet te verstoren door een vrijhangende eilanddampkap, hebben we geopteerd voor een zijdelingse dampkap naast de kookzone, wat ten tijde van de verbouwingswerken een uniek en revolutionair concept was.

Zowel via de oorspronkelijke trap vanuit de inkomhall, als via een nieuwe gebogen trap vertrekkend tussen eetkamer en bureau, begeeft men zich naar de hogergelegen verdiepingen, en komt men rechtstreeks terecht in de ontvangstzitruimte op 1e etage, met een grandioos uitzicht over de daktuin aan achterzijde. In deze ruimte is bewust voor hagelwitte tinten gekozen, vanaf de witte marmeren vloer met aan 1 zijde een “zebrapad” in gebouchardeerde blauwe hardsteen, over de witte wanden tot en met het uitgestrekte plafond, dit alles in sterk contrast met de zwart lederen kubusfauteuils van Le Corbusier, om zodoende het modernistische karakter te accentueren.

Om het koele karakter van deze witte ruimte te doorbreken, werd op de lange zijgevelwand een immens fresco aangebracht, in de stijl van Sol Lewitt, waarbij de kleurvlakken het grondplan van het gelijkvloers weergeven, en de kleurtinten een synthese vormen van alle kleuren die in de woning zijn gebruikt. Deze wandcompositie is dus als het ware een perfecte weergave van de creatie van de ontwerper, zowel inzake interieurarchitectuur als interieurinrichting van de woning. In de oorspronkelijke achtergevel van de bestaande woning zijn 4 glasramen geïntegreerd uit de kollektie Leucos, vervaardigd door een glaskunstenaar in Murano.

Deze driedimensionale glasramen maken dat de achterwand van de badkamer op 1e etage geen blinde muur blijft. De badkamer van de ouders, onderdeel van de slaapkamersuite, heeft enkele typische jaren ’90-elementen, waaronder de gebogen douchewand met vrijstaande ronde wastafel van Dieter Sieger, de muren rondom bekleed in wit glasmozaïek, de trapsgewijze badombouw, die samen met de vloer is bekleed in unikleurig linoleum.

Aan straatzijde, in de oorspronkelijke woning, bevindt zich op de 1e etage de ouderslaapkamer met centraal gepositionneerd bed, waarachter een commode in notelaar, gericht naar de dressing met schuifdeurkasten, aan weerszijde voorzien van een glazen schuifdeur die beide toegang verschaffen tot badkamer en doorgang naar traphall. Het bestaande centrale Artdeco-plafondmolluur is bewaard, en wordt hergebruikt als indirecte plafondverlichting.

Via de oorspronkelijke trap kan men doorgaan tot 2e etage, waar zich op de nachthall en bordessen de kleerkasten bevinden van alle slaapkamers, zowel kinderkamers als gastenverblijf, om zodoende de ruimtelijkheid binnen deze kamers te behouden. Ook hier werd geopteerd rondom voor witte basistinten, met dezelfde mamer als op 1e etage, gecombineerd met zachtgroene kleur voor de kastfronten, geschilderd in borsteltechniek met parellelle nerven.

Boven de ouderslaapkamer aan straatzijde bevindt zich de meisjeskamer op de 2e etage. Deze werd opgevat als een 2-persoonskamer, centraal gescheiden door middel van een lage kastenwand opgebouwd uit rolluikkastjes, de Amsterdammerkasten van Pastoe, in diverse pasteltinten. Boven deze kastenwand werd een centraal lichtelement tegen het plafond opgehangen, een structuur in gipspleister van Atelier Sedap met deels indirecte verlichting, deels direct via de ronde boorgaten.